Visie vermogensbeheerders - update juli 2026

Geschreven door:
Remco Bakhuis
Gepubliceerd op:
10 Jul 26
Gewijzigd op
10 Jul 2026

Economische ontwikkelingen

Wereldeconomie blijft veerkrachtig ondanks toenemende onzekerheid

Het tweede kwartaal van 2026 werd gekenmerkt door een opvallend veerkrachtige wereldeconomie, ondanks een toename van geopolitieke spanningen, handelsconflicten en onzekerheid over het rentebeleid van centrale banken. Aan het begin van het kwartaal rekenden beleggers nog op een verdere daling van de inflatie en een geleidelijke versoepeling van het monetaire beleid. Dit beeld veranderde echter snel nadat de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran verder opliepen. De militaire confrontatie leidde tijdelijk tot fors hogere olieprijzen en wakkerde de vrees aan voor verstoringen van de mondiale energievoorziening, mede door de strategische positie van de Straat van Hormuz. Tegen het einde van het kwartaal keerde de rust op de financiële markten gedeeltelijk terug nadat beide landen, onder internationale bemiddeling, overeenstemming bereikten over een voorlopig staakt-het-vuren. Hierdoor daalden de olieprijzen weer, maar de gebeurtenissen maakten duidelijk hoe snel geopolitieke ontwikkelingen de inflatievooruitzichten en het sentiment op de financiële markten kunnen beïnvloeden. Desondanks bleven zowel de economische groei als de bedrijfswinsten zich beter ontwikkelen dan vooraf door analisten werd verwacht.

De Verenigde Staten blijven de belangrijkste motor achter de groeiende wereldeconomie. De arbeidsmarkt blijft op volle toeren draaien, de consument blijft geld uitgeven en ondernemingen investeren onverminderd in digitalisering, kunstmatige intelligentie en automatisering. Deze investeringen ondersteunen niet alleen de productiviteitsgroei, maar zorgen er ook voor dat de Amerikaanse economie nog steeds beter presteert dan veel economen aan het begin van het jaar hadden voorzien. Wel neemt de verwachting toe dat de economische groei gedurende de tweede helft van het jaar geleidelijk zal afzwakken naarmate de effecten van de hogere rentes sterker doorwerken in de economie.

Binnen Europa blijft de economische groei fragieler. De industrie laat voorzichtig tekenen van stabilisatie zien na een zwakke periode, terwijl de dienstensector geleidelijk herstelt van de afnemende binnenlandse vraag. Tegelijkertijd drukken meer structurele factoren, zoals de lage productiviteitsgroei, zwakke exportgroei en hogere energiekosten, nog altijd op de economische vooruitzichten. Hierdoor blijft de eurozone duidelijk achter bij de Verenigde Staten. Ook in China blijft de groei gematigd. Ondanks aanvullende stimuleringsmaatregelen vanuit de overheid blijft de vastgoedsector het grote probleemkind. Hierdoor stagneert de algehele groei en ontwikkelt het consumentenvertrouwen zich slechts langzaam.

Inflatie blijkt hardnekkiger dan eerder verwacht

Een belangrijk thema gedurende het tweede kwartaal was de ontwikkeling van de inflatie. Waar begin dit jaar nog brede consensus bestond dat de inflatie zich geleidelijk richting de doelstellingen van centrale banken zou bewegen, lieten de meest recente cijfers iets anders zien. Met name in de Verenigde Staten kwam de inflatie in juni hoger uit dan de marktverwachtingen, mede als gevolg van oplopende energieprijzen en transportkosten. Ook de kerninflatie bleef relatief hoog, wat erop wijst dat de inflatiedruk zich niet langer uitsluitend beperkt tot energieprijzen.

Binnen de eurozone ontwikkelt de inflatie zich gunstiger, maar ook hier blijft voorzichtigheid geboden. De daling van de energieprijzen ten opzichte van de piekniveaus van de afgelopen jaren ondersteunt weliswaar de koopkracht van consumenten, maar stijgende lonen en aanhoudende prijsdruk binnen de dienstensector zorgen ervoor dat de inflatie slechts geleidelijk richting de doelstelling van de Europese Centrale Bank beweegt.

De geopolitieke ontwikkelingen die elkaar in rap tempo opvolgen benadrukken opnieuw hoe gevoelig inflatie blijft voor verstoringen aan de aanbodzijde. Spanningen in het Midden-Oosten met als gevolg het sluiten van de Straat van Hormuz leidden tijdelijk tot hogere olieprijzen en grotere onzekerheid over wereldwijde energievoorziening.  De onzekerheid rondom de energievoorziening nam weer af nadat de Verenigde Staten en Iran eind juni afspraken maakten om verdere militaire escalatie te voorkomen en de Straat van Hormuz weer te openen. Hierdoor daalde de olieprijs snel vanaf de piekniveaus die tijdens het conflict werden bereikt en namen ook de inflatieverwachtingen op de financiële markten weer iets af. Hoewel deze ontwikkeling de markten tijdelijk geruststelde, blijft de situatie kwetsbaar.

Centrale banken kiezen voor een afwachtende houding

Waar beleggers aan het begin van het jaar nog uitgingen van meerdere renteverlagingen in zowel de Verenigde Staten als Europa, hebben de aanhoudend hoge inflatie en de oplopende geopolitieke spanningen dit beeld aanzienlijk gewijzigd. De inflatie blijkt hardnekkiger dan eerder werd verwacht, waardoor centrale banken voorlopig weinig ruimte zien om het monetaire beleid te verruimen.

De Europese Centrale Bank kwam in juni met een renteverhoging van 25 basispunten naar 2,25%. Dit was de eerste verhoging sinds september 2023 waarna een reeks rentedalingen volgde. De ECB gaf daarbij aan dat de hogere energieprijzen als gevolg van de spanningen in het Midden-Oosten de inflatievooruitzichten opnieuw onder druk hebben gezet en dat prijsstabiliteit voorlopig prioriteit blijft houden boven het ondersteunen van de economische groei. In mei steeg inflatie in de eurozone naar 3,2%, dit ondersteunt de keuze van de ECB. Tegelijkertijd werden de groeiverwachtingen voor de eurozone neerwaarts bijgesteld, waarmee de ECB erkent dat de economie zich in een lastige balans bevindt tussen afzwakkende groei en aanhoudende inflatiedruk.

Ook in de Verenigde Staten veranderde het monetaire landschap. De vergadering van juni was de eerste onder leiding van de nieuwe Fed-voorzitter Kevin Warsh, die eerder door president Trump werd benoemd. Hoewel Trump zich de afgelopen periode meermaals heeft uitgesproken voor lagere rentetarieven om de economische groei te ondersteunen, koos Warsh tijdens zijn eerste vergadering juist voor een duidelijke focus op prijsstabiliteit. De Federal Reserve hield de beleidsrente ongewijzigd, kwam terug op de eerdere suggestie dat renteverlagingen in zicht waren en benadrukte dat toekomstige beleidsbeslissingen volledig afhankelijk zullen zijn van de ontwikkeling van inflatie en de arbeidsmarkt. Daarmee maakte Warsh direct duidelijk dat de onafhankelijkheid van de centrale bank voorop staat en dat de bestrijding van inflatie momenteel zwaarder weegt dan het stimuleren van economische groei. Dit was voor veel partijen geruststellend nieuws aangezien er op voorhand werd getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de Fed onder Warsh en de invloed van Trump.

Geopolitiek blijft een grote risicofactor

Verder bleef geopolitiek gedurende het tweede kwartaal een bepalende factor. Met name de spanningen in het Midden-Oosten zorgen voor forse schommelingen op de energie- en grondstoffenmarkten. Tegen het einde van het kwartaal keerde de rust echter gedeeltelijk terug. Na intensieve diplomatieke onderhandelingen bereikten de Verenigde Staten en Iran een akkoord, waarbij beide partijen zich committeerden aan verdere gesprekken om een bredere escalatie te voorkomen. De aankondiging van deze overeenkomst leidde direct tot een verder herstel van het sentiment op de financiële markten. Daarmee werd, voorlopig, voorkomen dat de tijdelijke verstoring van de energiemarkt zich ontwikkelde tot een langdurige economische schok.

De totstandkoming van deze overeenkomst laat zien dat de Verenigde Staten nadrukkelijk op zoek waren naar een diplomatieke uitweg uit het conflict. President Trump heeft zich de afgelopen maanden stevig geprofileerd richting Iran, maar een langdurige militaire confrontatie zou de Amerikaanse economie op een ongelukkig moment kunnen raken. Hogere energieprijzen werken immers rechtstreeks door in de inflatie, terwijl de Federal Reserve juist probeert de prijsstijgingen onder controle te krijgen. Bovendien zou een langdurig conflict de economische groei kunnen afremmen en het vertrouwen van consumenten en bedrijven onder druk zetten. Voor de regering Trump was het daarom van belang een oplossing te vinden, zonder dat deze politiek kan worden uitgelegd als een terugtrekkende beweging of verlies van geloofwaardigheid.

Tegelijkertijd maakte het conflict duidelijk dat Iran over een belangrijk strategisch drukmiddel beschikt. De mogelijkheid om de scheepvaart door de Straat van Hormuz te verstoren bleef voortdurend boven de markt hangen. Alleen al de dreiging bleek voldoende om olieprijzen fors te laten oplopen en beleggers nerveus te maken. Hoewel de recente overeenkomst het risico op een directe confrontatie voorlopig heeft verkleind, blijft de geopolitieke situatie in de regio fragiel en kan een nieuwe escalatie opnieuw leiden tot volatiliteit op zowel de energie- als de financiële markten.

Hoewel de macro-economische vooruitzichten minder voorspelbaar zijn geworden, verwachten de meeste vermogensbeheerders niet dat de huidige onzekerheden leiden tot een fundamentele omslag van de economische cyclus. Wel neemt het belang van een goed gespreide portefeuille verder toe. In een omgeving waarin geopolitieke ontwikkelingen, inflatie en monetair beleid elkaar voortdurend beïnvloeden, zullen verschillen tussen regio's, sectoren en beleggingscategorieën naar verwachting groter worden.

Aandelen

Sterke bedrijfswinsten ondersteunen aandelenmarkten

Ondanks de aanhoudende macro-economische en geopolitieke onzekerheid hebben aandelenmarkten in het tweede kwartaal zeer sterke rendementen laten zien. De wereldwijde index steeg over de afgelopen drie maanden met bijna 17% en stond eind juni meer dan 13% hoger dan aan begin van het jaar. Daarmee werd de terugval uit het eerste kwartaal ruimschoots goedgemaakt. Het rendement voor Amerikaanse aandelen was ongeveer in lijn met dat van de totale index. Europa bleef de afgelopen drie maanden wat achter met een rendement van iets meer dan 10%. De sterke groei van opkomende markten viel ook nu, net als in het eerste kwartaal, op met een rendement van meer dan 20%. Deels kwam dat door de verdere verzwakking van de dollar, maar vooral door de economische omstandigheden die blijven verbeteren.

Waar beleggers aan het begin van het kwartaal vooral oog hadden voor oplopende inflatie, hogere rentes en de spanningen in het Midden-Oosten, verschoof de aandacht gedurende het kwartaal naar de onderliggende winstontwikkeling van ondernemingen. Die bleek nog steeds zeer sterk. Vooral in de Verenigde Staten overtroffen veel bedrijven de verwachtingen, waardoor analisten hun winstprognoses voor zowel 2026 als 2027 opnieuw hebben verhoogd. De winstgroei vormt daarmee nog altijd de belangrijkste drijvende kracht achter de huidige aandelenmarkten en compenseert voor een belangrijk deel de negatieve effecten van hogere rentes en geopolitieke onzekerheid.

AI succes sijpelt door

Vrijwel alle vermogensbeheerders blijven positief over de structurele groeivooruitzichten van ondernemingen die profiteren van de verdere ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. De investeringen in datacenters, halfgeleiders en cloud-infrastructuur blijven op een historisch hoog niveau, waarbij de vraag vanuit zowel bedrijven als overheden onverminderd groot is. De recente kwartaalcijfers bevestigen dat deze investeringsgolf voorlopig nog niet ten einde lijkt te komen.

Tegelijkertijd lijkt de markt zich steeds breder te ontwikkelen. Waar de rendementen de afgelopen jaren grotendeels werden gedragen door een beperkt aantal grote technologiebedrijven, profiteren inmiddels ook andere sectoren van de toenemende digitalisering. Financiële instellingen investeren fors in automatisering, industriële ondernemingen verbeteren hun productieprocessen met behulp van AI en ook de gezondheidszorg maakt steeds vaker gebruik van geavanceerde data-analyse. Hierdoor verbreedt de winstgroei zich geleidelijk over meerdere sectoren, wat de aandelenmarkt minder afhankelijk maakt van een beperkt aantal ondernemingen.

Daarnaast ontstaat steeds meer aandacht voor de indirecte winnaars van de AI-revolutie. De explosief groeiende vraag naar rekenkracht leidt tot omvangrijke investeringen in elektriciteitsnetwerken, energie-infrastructuur en datacenters. Hierdoor profiteren ook infrastructuurbedrijven, nutsbedrijven en producenten van industriële materialen van deze trend.

Groeiaandelen minder aantrekkelijk door stijgende rente

Hoewel de vooruitzichten voor aandelen overwegend positief blijven, zijn veel beheerders tegelijkertijd voorzichtiger geworden over het verwachte rendement voor de rest van het jaar. Veel positief nieuws lijkt inmiddels verwerkt in de huidige beurskoersen. De sterke winstgroei heeft ervoor gezorgd dat waarderingen niet buitensporig zijn opgelopen, maar de hogere kapitaalmarktrentes drukken wel de aandelenrisicopremie[1]. Hierdoor wordt de ruimte voor verdere koersstijgingen kleiner wanneer de winstgroei zou afzwakken.

Daar komt bij dat de onzekerheid rondom het rentebeleid van centrale banken is toegenomen. Hoewel het recente akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran de kans op een nieuwe inflatieschok heeft verkleind, maken de hoger dan verwachte inflatiecijfers in de Verenigde Staten duidelijk dat een snelle reeks renteverlagingen minder waarschijnlijk is geworden. Hierdoor verschuift de aandacht van beleggers geleidelijk van ondernemingen die vooral afhankelijk zijn van toekomstige groei naar bedrijven met een sterke fundamentele basis. Steeds meer vermogensbeheerders leggen de nadruk op kwaliteitsondernemingen met stabiele kasstromen, solide balansen en een voorspelbare winstontwikkeling. Waardeaandelen en sectoren die profiteren van een langer aanhoudende hogere renteomgeving lijken daarmee weer aan aantrekkelijkheid te winnen, zonder dat dit ten koste gaat van de structureel positieve vooruitzichten voor hoogwaardige groeibedrijven.

Regionaal blijven de voorkeuren grotendeels ongewijzigd. De Verenigde Staten profiteren van een uitzonderlijk sterke winstgroei en een leidende positie binnen technologische innovatie. Tegelijkertijd worden Europese aandelen door verschillende partijen als aantrekkelijk gewaardeerd beschouwd, mede doordat de winstverwachtingen geleidelijk verbeteren terwijl de waarderingen aanzienlijk lager liggen. Ook opkomende markten blijven interessant, al zorgen geopolitieke risico's en de onzekerheid rondom de Chinese economie voor een hogere volatiliteit.

Per saldo blijft de algemene houding ten aanzien van aandelen positief. Wel verwachten vermogensbeheerders dat de rendementen de komende periode minder breed gedragen zullen zijn dan in de afgelopen kwartalen. De verschillen tussen sectoren, regio's en individuele ondernemingen nemen verder toe, waardoor een goede spreiding nog belangrijker is geworden.

Obligaties

Obligaties hervinden hun plaats binnen de portefeuille

De ontwikkeling van de obligatiemarkten werd gedurende het tweede kwartaal vooral beïnvloed door de aanhoudende onzekerheid rondom inflatie en monetair beleid. Waar beleggers eerder nog uitgingen van meerdere renteverlagingen door de Federal Reserve, hebben de recent hogere inflatiecijfers deze verwachting naar achteren geschoven. Hierdoor zijn de kapitaalmarktrentes opnieuw licht opgelopen, met name aan de langere kant van de rentecurve. Ook zorgen oplopende overheidsschulden ervoor dat beleggers een hogere risicopremie verlangen voor langlopende staatsobligaties.

In combinatie met de eerdere rentedalingen zorgt dit voor een geleidelijke terugkeer naar een normale rentecurve met lagere rentes voor korte looptijden en een hogere premie voor langere looptijden. Door de tegenvallende prestaties van goud als veilige haven zorgde dit ervoor dat vastrentende waarden weer een volwaardigere plaats innemen binnen de strategische allocatie. Wel blijft de voorkeur van veel beheerders nog uitgaan naar kwalitatief sterke bedrijfsobligaties boven langlopende staatsobligaties die gevoeliger blijven voor oplopende begrotingstekorten en rentebewegingen. Echter, hoe meer de lange rentes op deze als veiliger bestempelde staatsobligaties blijft oplopen hoe aantrekkelijker zij ook zullen worden om zowel rendement toe te voegen als aandelenrisico af te bouwen.

De hogere rente zorgt ervoor dat obligatiebeleggers weer een aantrekkelijk lopend rendement ontvangen, waardoor het totale rendement minder afhankelijk wordt van koersstijgingen. Die op haar beurt weer tot stand komen door een daling van de rente. Bovendien zijn obligaties hiermee beter gepositioneerd om binnen een portefeuille voor stabiliteit te zorgen wanneer de economische groei verder afzwakt.

Goud verliest nog meer glans

Na een uitzonderlijk sterke stijging in 2025 en de eerste twee maanden van 2026 kende de goudprijs gedurende het tweede kwartaal een verdere correctie. Deze daling werd aan het einde van het eerste kwartaal, nadat de eerste raketten op Iran werden afgevuurd, ingezet. Vanaf de recordniveaus die eind januari werden bereikt, daalde de goudprijs met 20 tot 25% en noteerde eind juni rond de USD 4.100 dollar per troy ounce. Daarmee beleefde goud het zwakste kwartaal sinds 2013.

Opvallend is dat de recente geopolitieke spanningen slechts tijdelijk steun boden aan de goudprijs. Waar goud traditioneel profiteert van toenemende onzekerheid, bleek het effect ditmaal beperkt. De markt richtte zich vooral op de verwachting dat centrale banken de rente langer hoog zullen houden. Hierdoor werd de rol van goud als klassieke veilige haven op de korte termijn minder zichtbaar dan beleggers gewend zijn. Desondanks blijft het structurele beleggingsverhaal achter goud grotendeels intact. Voor beleggers blijft goud vooral een strategische diversificatie binnen de portefeuille. De gebeurtenissen van het afgelopen kwartaal laten echter zien dat de goudprijs op korte termijn niet uitsluitend wordt gedreven door geopolitieke onrust. Ontwikkelingen in het monetaire beleid, de reële rente en de Amerikaanse dollar blijken momenteel minstens zo bepalend voor het rendement van het edelmetaal. Daardoor blijft goud een waardevolle lange termijn bescherming tegen systeemrisico's en inflatie, maar biedt het niet in iedere periode automatisch bescherming tegen korte termijn volatiliteit.

Het bovenstaande vormt een samenvatting van de visies van diverse vermogensbeheerders op de macro-economie en de financiële markten. De inhoud is bedoeld ter algemene informatie en reflecteert de standpunten van de betreffende vermogensbeheerders op het moment van publicatie. Deze visies zijn niet gegarandeerd correct of volledig en kunnen onderhevig zijn aan verandering. Dit document vormt geen beleggingsadvies en aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.

[1] Het extra verwachte aandelenrendement boven de risicovrije rente

Inhoudsopgave

Verschillende vakspecialisten met één missie

Andere artikelen die u misschien interessant vindt

Visie vermogensbeheerders - update juli 2026

In deze visie van vermogensbeheerders leest u hoe zij kijken naar de economie en financiële markten. Ontdek hun verwachtingen over rente, geopolitiek, aandelen, obligaties en kansen voor de komende periode.

Artikel lezen

Visie vermogensbeheerders - update april 2026

In deze visie van vermogensbeheerders leest u hoe zij kijken naar de economie en financiële markten. Ontdek hun verwachtingen over rente, geopolitiek, aandelen, obligaties en kansen voor de komende periode.

Artikel lezen

Visie vermogensbeheerders - update januari 2026

In deze visie van vermogensbeheerders leest u hoe zij kijken naar de economie en financiële markten. Ontdek hun verwachtingen over rente, geopolitiek, aandelen, obligaties en kansen voor de komende periode.

Artikel lezen